terug naar homepage


 

 

 

 

 

Vakoverstijgende Vaardigheden in de Tweede Fase

Het gebruik van de studiewijzer bij het aanleren van vakoverstijgende vaardigheden

 

 

 

Instituut van de Lerarenopleiding

Juni, 1997

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Lio onderzoek van: Begeleiding:

Stephan Vermeire ILO: Wiel Veugelers

Ilja van der Broek Nieuwer Amstel: Tom Turk

Inleiding

 

Met de invoering van de Tweede Fase zullen een aantal zaken in het middelbaar onderwijs drastisch veranderen. In de bovenbouw zullen aanpassingen gemaakt moeten worden waarbij de nadruk zal komen te liggen op het leerproces van de individuele leerling. In andere woorden, leerlingen zullen meer zelfstandig moeten gaan werken en leren. Voor dit zelfstandig werken/leren is het noodzakelijk dat leerlingen een aantal algemene studievaardigheden beheersen, zoals het opstellen van een werkschema, of het maken van een dagplanning. Anderzijds zijn er diverse vaardigheden, die als doel hebben de leerling beter voor te bereiden op de arbeidsmarkt of een eventuele vervolgstudie. Al deze vaardigheden zullen worden opgenomen in de examen eisen van de verschillende vakken met de invoering van de Tweede Fase.

Met het oog op de bovengenoemde ontwikkeling is het de bedoeling op het Nieuwer Amstel een integraal vaardighedenbeleid te gaan voeren voor alle leerjaren. In de onderbouw houden de leerlingen zich momenteel vooral bezig met algemene studievaardigheden. In de mentoruren maken zij kennis met de zogenaamde Tactics, "tactieken voor zelfstandig en actief leren en denken" (Handboek tactics, 1) en met leesstrategieën. Het idee bestaat om het aanleren van vaardigheden in de bovenbouw op de een of andere manier te koppelen aan de studiewijzers, die momenteel voor alle vakken worden gebruikt op het Nieuwer Amstel.

 

De vraagstelling van ons onderzoek luidt als volgt:

- Hoe kan een integraal vaardighedenbeleid van klas 1 t/m 6 gerealiseerd worden op het Nieuwer Amstel?

- Tot in hoeverre is er op dit moment sprake van een integraal vakoverstijgend vaardighedenbeleid op het nieuwer Amstel?

- welke vakoverstijgende vaardigheden komen voor in de vaardighedenlijsten van de verschillende vakken, en komen deze vaardigheden voor in het vaardighedenboek?

- Hoe sluiten de tactics aan op een studiewijzer waar de vakoverstijgende vaardigheden in verwerkt zouden zijn?

 

Met dit onderzoek willen wij een bijdrage leveren aan een integraal vaardighedenbeleid dat het Nieuwer Amstel wil gaan voeren in leerjaar 1 tot en met 6. De vaardigheden voor de Tweede Fase zullen dan ook moeten aansluiten bij de Tactics en leesstrategieën in de basisvorming. Dit onderzoek zal resulteren in een advies aan het Nieuwer Amstel hoe de vakoverstijgende vaardigheden opgenomen zouden kunnen worden in een studiewijzer, en tevens hoe de samenwerking bij het behandelen van de vaardigheden het best kan geschieden.

 

De opzet van het onderzoek

 

Het onderzoek valt in een aantal fases te verdelen:

- Inventariseren welke vaardigheden er in de SLO brochure staan vermeld bij de verschillende vakken. Een vaardigheid die meerdere malen voorkomt wordt beschouwd als een vakoverstijgende vaardigheid.

- Vervolgens worden interviews afgenomen waarin werd gevraagd welke vaardigheden al (geheel of gedeeltelijk) zijn aangeleerd in de onderbouw, hoe de verdeling van de vakken over de verschillende leerjaren eruit zou moeten zien en hoe de samenwerking tussen de vakken binnen de gamma- en betaclusters, en de koppeling met de studiewijzers moet worden vormgegeven.

- Hierop volgend werd een advies samen gesteld hoe de vaardigheden kunnen worden aangeleerd in de bovenbouw.

-Tenslotte zal de geïnterviewde docenten gevraagd worden te reageren op de vaardighedenlijst en het advies, waarna een definitieve versie wordt geschreven.

 

Het inventariseren van de vakoverstijgende vaardigheden

Tijdens het inventariseren van de vaardigheden werd al snel duidelijk dat er een zeer grote overlap was binnen bepaalde clusters van vakken. Het betrof het alfa-cluster (Nederlands, Engels, Frans, Duits), het beta-cluster (Natuurkunde, Scheikunde, Biologie en Wiskunde) en het gamma-cluster (Geschiedenis, Aardrijkskunde, Economie en Maatschappijleer). Gezien de omvang van het onderzoek hebben we in dit stadium besloten ons te beperken tot het beta- en het gamma cluster. In onderstaande tabellen is te zien wat de exacte overlap in vaardigheden betrof binnen deze twee clusters.

 

BETA

Na

Sk

Bi

Wi

CLUSTER

Havo

Vwo

Havo

Vwo

Havo

Vwo

Havo

Vwo

             

A

B

A

B

Taalvaardigheden

+

+

+

+

+

+

       

Reken- en wiskundige vaardigheden

+ #

+ #

+

+

+

+

+

+

+

+

Informatie-vaardigheden

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Technische- en

instrumentele v.

+ #

+ #

+

+

+

+

+

+

+

+

Ontwerp-

vaardigheden

+

+

+

+

+

+

       

onderzoeks-vaardigheden

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Maatschappij- studie en beroep v.

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Gamma

Gs

Ak

Ec

Ma

Cluster

Havo

Vwo

Havo

Vwo

Havo

Vwo

Havo

Vwo

Informatie vaardigheden

+

+

+

+

+

+

+

+

onderzoeks vaardigheden

+

+

+

+

+

+

+

+

Maatschappij- studie en beroep v.

+

+

+

+

+

+

+

+

# = Voor het betreffende subdomein zijn voor dit vak meer vaardigheden vermeld in de SLO brochure dan voor andere vakken.

Opmerking 1: De exacte lijsten van de vaardigheden voor de vakken biologie en geschiedenis, zijn in een bijlage in dit verslag opgenomen.

Opmerking 2: Hoewel bepaalde vaardigheden zowel in het gamma- als in het beta cluster voorkomen, zijn deze echter te verschillend om cluster-overstijgend behandeld te worden.

 

Opzet van de interviews

Om informatie in te winnen over hoe een vakoverstijgend vaardighedenbeleid voor het gamma-cluster eruit zou moeten zien in de Tweede Fase, zijn docenten van de gamma- en beta-vakken geïnterviewd. Er is naar gestreefd voor elk vak één docent te interviewen, liefst iemand die zich al eens eerder heeft bezig gehouden met vaardighedenonderwijs.

Binnen het gamma-cluster gold dat slechts voor één docent. Om de andere docenten te selecteren is afgegaan op advies van de schoolbegeleider. Uiteindelijk is gesproken met een aardrijkskundedocent, een economiedocent en met een docent die zowel geschiedenis als maatschappijleer geeft.

Binnen het beta-cluster waren twee van de drie geinterviewden (nauw) betrokken geweest bij het vaardigheden beleid op het Nieuwer Amstel. Aanvankelijk was de planning dat Ronald Ort (roostermaker en docent natuurkunde op het Nieuwer Amstel) ook geinterviewd zou worden, echter wegens extreme drukte was deze helaas niet beschikbaar. Uiteindelijk zijn in totaal drie docenten geinterviewd, te weten: Annemarie de Wit (wiskunde), Jaqueline den Ouden (biologie) en Arno Rijnders (Natuurkunde en scheikunde).

De interview vragen die zijn voorgelegd aan docenten binnen het gamma- en beta-cluster zijn op de volgende bladzijde weergegeven. Voor het beta-interview is alleen de vragenlijst voor de biologie sectie afgebeeld; voor de andere secties zijn vergelijkbare enquetes gebruikt.

 

 

Interview gamma cluster (Cluster: Gs, Ak, Ec, Ma)

 

1. welke vaardigheden moeten in de Tweede Fase in dit cluster vakoverstijgend worden aangeleerd?

2. hoe zou de samenwerking met de andere vakken binnen het cluster moeten worden uitgewerkt?

3. hoe zouden de vaardigheden kunnen worden opgenomen in de studiewijzers?

4. welke vaardigheden zijn al (geheel of gedeeltelijk) aangeleerd in de onderbouw?

5. hoe zou de verdeling van de vaardigheden over de verschillende leerjaren in de bovenbouw eruit moeten zien?

 

 

Interview Sectie Biologie (Cluster: Wi, Na, Sk, Bi)

Vakoverstijgende vaardigheden Biologie t.o.v. andere vakken:

* Taalvaardigheden <=> Na, Sk

* Wiskundige (reken) vaardigh. <=> Wi, Na, Sk

* Informatievaardigheden <=> Wi, Na, Sk

* Technische & instrument vaardigh. <=> Na, Sk

* Ontwerpvaardigheden <=> Na, Sk

* onderzoeksvaardigheden <=> Na, Sk

* Maatschappij, studie & beroep v. <=> Na, Sk

Vragen:

* Welke vaardigheden zijn al (geheel of gedeeltelijk) aangeleerd in de onderbouw ? (Aangeven per vaardigheid).

* Op welk tijdstip wordt op dit moment de betreffende vaardigheden behandeld in de bovenbouw? (Aangeven per vaardigheid).

* Hoe zou de verdeling van de vaardigheden over de verschillende leerjaren in de bovenbouw eruit moeten zien? (Aangeven per vaardigheid).

 

* Hoe zou de samenwerking met de andere vakken binnen het cluster moeten worden uitgewerkt?

* Hoe zouden de vaardigheden kunnen worden opgenomen in een studiewijzer?

 

 

 

Resultaten

DEEL I: HET GAMMA CLUSTER

 

De antwoorden van de docenten per vraag

1. welke vaardigheden moeten in de Tweede Fase in dit cluster vakoverstijgend worden aangeleerd?

De docent geschiedenis noemde hier in de eerste plaats onderzoeksvaardigheden, inclusief het doen van omgevingsonderzoek, maken van een profielwerkstuk enzovoort. Daarnaast leek het hem nuttig samen te werken bij het ontwikkelen van ICT. Aardrijkskunde antwoordde ook als eerste het opzetten en uitvoeren van een onderzoek. Vervolgens noemde hij informatievaardigheden als het kritisch omgaan met teksten en vraagstukken, het maken van uittreksels. Daarna kwamen de planningsvaardigheden, die zowel bij de informatie- als bij de onderzoeksvaardigheden voorkomen en het reflecteren op het eigen werk, waarvoor hetzelfde geldt. Economie meldde dat bij het aanleren van bepaalde rekenvaardigheden samengewerkt zou moeten worden met wiskunde. Dit valt echter buiten het bestek van dit onderzoek, dat zich richt op samenwerking binnen het gamma-cluster. Daarnaast werden de onderzoeks- en informatievaardigheden genoemd.

2. hoe zou de samenwerking met de andere vakken binnen het cluster moeten worden uitgewerkt?

Geschiedenis ziet als mogelijkheid voor deze samenwerking het gezamenlijk aanleren van de vaardigheden tijdens de verrijkingsuren. Aardrijkskunde wil dat elke sectie een aantal vaardigheden uitwerkt in de vorm van stappenplannen of een stukje tekst. Deze uitwerkingen worden vervolgens gebundeld in een syllabus. Daarnaast zou er een klein documentatiecentrum speciaal voor de mens- en maatschappijvakken moeten komen. Economie denkt dat er nog een hoop onderling overleg nodig zal moeten zijn en nog veel informatie zal moeten worden ingewonnen voordat er concrete stappen kunnen worden genomen.

3. hoe zouden de vaardigheden kunnen worden opgenomen in de studiewijzers?

Geschiedenis zegt dat in de studiewijzers zal moeten worden vermeld wat er van de leerlingen wordt verwacht op het gebied van vaardigheden. De eindtermen kunnen bijvoorbeeld worden gekopieerd en opgenomen in de studiewijzers. Het inoefenen van de vaardigheden zal echter moeten gebeuren in de lessen. Aardrijkskunde stelt voor een aantal uitgewerkt vaardigheden samen te voegen tot een algemeen verhaal voor het hele gamma-cluster en dit aan te hangen aan de studiewijzers. Economie zegt dat in de studiewijzers zal moeten worden aangegeven welke vaardigheden vereist zijn voor een bepaalde opdracht, maar dat het aanleren van deze vaardigheden niet kan gebeuren in de vaklessen.

4. welke vaardigheden zijn al (geheel of gedeeltelijk) aangeleerd in de onderbouw?

Als vaardigheden die in de onderbouw worden aangeleerd, noemt geschiedenis zelfstandig werken, groepswerk, het gebruiken van bronnenmateriaal en tekstbegrip. Aardrijkskunde heeft het over een naar een algemeen niveau trekken van bepaalde vraagstukken, het plannen van werk, het omgaan met teksten en reflecteren op het eigen werk. Het doen van onderzoek gebeurt slechts marginaal. Zowel geschiedenis als aardrijskunde benadrukken dat dit niet betekent dat de genoemde vaardigheden ook daadwerkelijk worden beheerst. Economie noemt reken- en leesvaardigheden, maar vermeldt hierbij dat het niveau absoluut onvoldoende is. Het sturen van het eigen leerproces en het systematisch oplossen van problemen gebeurt volgens hem nog niet in de onderbouw.

5. hoe zou de verdeling van de vaardigheden over de verschillende leerjaren in de bovenbouw eruit moeten zien?

Zowel geschiedenis als aardrijkskunde melden dat alle vaardigheden minstens een keer aan bod moeten zijn geweest in het eerste jaar van de bovenbouw, dus in HAVO4 en in VWO4 of eventueel -5. Daarna worden de vaardigheden nog steeds aangeboden en wordt ernaar verwezen, maar het inoefenen moet gebeuren in het eerste jaar. Economie meldt dat als eerste de achterstanden bij de reken- en leesvaardigheden moeten worden weggewerkt.

Analyse resultaten gamma- interviews

 

De vaardighedenlijst

Sinds er wordt gepraat over de Tweede Fase doen er vaardighedenlijstjes de ronde (Veugelers en Zijlstra, 1995, 59). Er zijn natuurlijk vele mogelijkheden, waarbij het belangrijk is erop te letten voor welke vakken en met welke doel je zo'n lijst opstelt. Als uitgangspunt voor deze vaardighedenlijst voor het gamma-cluster dienen de vaardighedendomeinen (meestal domein A) uit de examenprogramma's van de verschillende gamma-vakken. De vaardighedendomeinen zijn zeer uitgebreid. Ze beslaan al gauw drie à vier pagina's en zijn tot in de kleinste details uitgewerkt. Veel docenten geven als eerste reactie dat het ondoenlijk is al deze vaardigheden aan te leren en dat leerlingen die aan de eindtermen voldoen het niveau van doctoraalstudenten hebben. Omdat het de bedoeling is dat de resultaten van dit onderzoek ook werkelijk praktische gebruikswaarde hebben voor de school, is een kortere vaardighedenlijst opgesteld.

De vaardighedeneisen voor de verschillende gamma-vakken vertonen grote overeenkomsten, wat het samenstellen van een overzichtelijke lijst vergemakkelijkt heeft. Hierbij is in de eerste plaats rekening gehouden met de vaardigheden die genoemd werden door de geïnterviewde docenten.

Het opzetten van een onderzoek is een vaardigheid die alle geïnterviewden noemen als vakoverstijgende vaardigheid die gezamenlijk zou moeten worden aangeleerd. Daarnaast wordt het gebruik van ICT genoemd, het plannen van en reflecteren op het eigen werk en het kritisch omgaan met teksten en vraagstukken. Het valt de betreffende docent op, dat leerlingen niet in staat zijn op een systematische wijze een vraagstuk aan te pakken en op te lossen, problemen niet kunnen veralgemeniseren en vaardigheden als het maken van schema's en uittreksels van teksten niet beheersen. Zij herkennen dus ook niet, dat zij soms bij verschillende vakken dezelfde handelingen verrichten (zoals het oplossen van een vraagstuk of een probleem van een bepaalde kant bekijken). Dit soort koppelingen tussen verschillende vakken moeten in de Tweede Fase juist tot stand komen. Tenslotte lijkt het de docent van economie nuttig bepaalde rekenvaardigheden aan te leren samen met wiskunde, maar dat valt verder buiten het bestek van dit onderzoek, dat zich concentreert op het gamma-cluster.

Ten tweede is gekeken naar welke vaardigheden de themagroep Studievaardigheden van het Scholennetwerk Bovenbouw HAVO/VWO Universiteit van Amsterdam met name interessant vond voor de bovenbouw. Het ging hierbij om planningsvaardigheden, onderzoeksvaardigheden en reflectie op het eigen werk (Stawski en Elshout-Mohr, 'Inleiding tot het thema studievaardigheden' in: Veugelers en Zijlstra, Praktijken uit het studiehuis, Leuven/Apeldoorn / 1996, 126).

De nadruk in de vaardighedenlijst ligt op de vaardigheid onderzoek doen, omdat dit een essentiele vaardigheid is voor alle gamma-vakken en omdat deze vaardigheid in de onderbouw nog nauwelijks aan bod is gekomen. De informatievaardigheden (het verwerken van teksten, het maken van aantekeningen, schema's en uittreksels) worden ondergebracht bij de onderzoeksvaardigheden, om nodeloze overlapping te voorkomen. Bij 'het maken en volgen van een activiteiten- en tijdplanning' is het de bedoeling ook uitdrukkelijk aandacht te besteden aan de manier waarop je bepaalde leeractiviteiten (het doen van onderzoek, het oplossen van een bepaald probleem) kunt aanpakken. Het element reflectie zit in de vaardigheid 'het evalueren van deze planning en van de verrichte leeractiviteiten'.

Overigens is de vaardigheid Orintatie op Studie en Beroep voor dit onderzoek buiten beschouwing gelaten, alsmede de vaardigheid 'een (maatschappelijk) probleem bekijken vanuit een bepaald vakgebied'. Het ligt voor de hand dat deze laatste vaardigheid in de respectievelijke vaklessen aan de orde zal komen.

Het aanleren van vaardigheden in de Tweede Fase

Door de vakdocenten worden in de interviews de volgende suggesties gedaan voor het aanleren van de vaardigheden en de samenwerking hierbij binnen het gamma-cluster. De vaardigheden kunnen worden ingeoefend tijdens steruren (extra lessen voor alle leerlingen), waarna in de studiewijzers wordt verwezen naar welke vaardigheid op een bepaald moment of voor een bepaalde opdracht moet worden beheerst. Overigens werd hierbij opgemerkt dat een aantal (gedeeltelijk ook vakspecifieke) vaardigheden toch aan de orde zal komen in de vaklessen. De verschillende gamma-docenten kunnen een of meerdere vaardigheden uitwerken, bijvoorbeeld in de vorm van stappenplannen, en deze uitwerkingen opnemen in een syllabus. Deze syllabus wordt vervolgens aan de studiewijzers gehangen. De training van de vaardigheden zou dan vooral in de les moeten plaatsvinden, en voor een gedeelte in een speciaal documentatiecentrum voor de gamma-vakken waarin de leerlingen bijvoorbeeld kunnen oefenen met het gebruik van ICT.

In de onderbouw worden vooral algemene studievaardigheden getraind met behulp van de Tactics. Leerlingen leren te plannen, kritisch om te gaan met het eigen werk, zelfstandig te werken. Daarnaast komt het omgaan met teksten (lezen, schema's en uittreksels maken) aan de orde, zowel in de mentorlessen als in de vaklessen. Bij geschiedenis wordt regelmatig geoefend met het werken met bronnen. Ook aan het naar een algemener niveau trekken van bepaalde vraagstukken wordt aandacht besteed. De betrokken docenten wijzen er met nadruk op, dat dit niet betekent, dat deze vaardigheden voldoende worden beheerst tegen de tijd dat de leerlingen in de bovenbouw zitten. Het zelfstandig doen van onderzoek is iets dat in de onderbouw nog weinig aan de orde komt. Als het gebeurt is het in het kader van speciale projecten zoals bijvoorbeeld het afgelopen jaar het Schiphol-project.

De docenten menen dat alle vaardigheden voor de bovenbouw aan de orde moeten komen in het vierde leerjaar, voor het VWO eventueel nog iets in het vijfde jaar. In hogere leerjaren kan dan worden terugverwezen naar de vaardigheden en kunnen ze worden toegepast en eventueel verder getraind, maar in het eerste jaar van de bovenbouw moeten alle vaardigheden minimaal een keer zijn behandeld.

 

Advies en vaardighedenlijst

 

Op basis van de interview-resultaten en het onderzoek van de SLO-brochures is de volgende vaardighedenlijst samengesteld. Voor het daarop volgende advies voor het aanleren van de vaardigheden is gebruik gemaakt van de resultaten van de interviews en secundaire literatuur.

A. Het opzetten en uitvoeren van een onderzoek:

1. het herkennen van een vraagstelling of het zelfstandig opstellen van een hoofdvraag of hypothese;

2. bronnenmateriaal selecteren;

3. gegevens uit bronnenmateriaal selecteren;

4. informatie verwerken;

5. het formuleren van een conclusie;

6. de resultaten van het onderzoek presenteren aan anderen.

B. Bij de onder A. genoemde punten 2., 3., 4. en 5. gebruik maken van Informatie- en Communicatie Technologie.

C. Het maken en volgen van een activiteiten- en tijdsplanning.

D. Het evalueren van deze planning en van de verrichte leeractiviteiten.

Voor elke vaardigheid wordt een stappenplan opgesteld. Elke sectie binnen het gamma-cluster maakt een of meerdere stappenplannen. Na controle en eventuele bijstelling door de andere secties, worden de stappenplannen als bijlage bij de studiewijzers gegeven. Nadat een vaardigheid voor de eerste keer is behandeld en ingeoefend aan de hand van het desbetreffende stappenplan (zie onder), kan in de studiewijzers voortaan worden aangegeven bij welke opdrachten het beheersen van de vaardigheid vereist is. De stappenplannen dienen dan als naslagwerk.

Het inoefenen van de vaardigheden gebeurt in de vierde klas HAVO en VWO. Het verdient aanbeveling hiervoor wekelijks een of twee lesuren te reserveren. Als eerste wordt vaardigheid C. behandeld, het maken en volgen van een activiteiten- en tijdsplanning. De leerlingen oefenen het plannen door zelf zogenaamde 'dynamische' werkwijzers in te vullen, die ze in het begin elke les, en later wekelijks bijstellen. Dit oefenen gebeurt gedeeltelijk in de vaklessen ('in de praktijk' dus), maar in de 'vaardighedenles' is gelegenheid om eventuele problemen aan te pakken en te controleren in hoeverre de leerlingen het plannen beheersen.

Op deze manier zijn de leerlingen al bezig met evalueren van een leerproces zonder dat ze dat misschien doorhebben. De overstap wordt gemaakt naar vaardigheid D., het evalueren van de planning en van de verrichte leeractiviteiten. Deze vaardigheid wordt vervolgens expliciet behandeld naar aanleiding van het stappenplan en ingeoefend met behulp van voorbeelden uit de vaklessen. Het mag duidelijk zijn dat zowel het plannen als het evalueren van het eigen leerproces in het vervolg gebruikt kunnen worden, ook bij het aanleren van de volgende vaardigheden, waardoor ze tegelijkertijd nog steeds geoefend worden. Specifieke onderdelen van het leerproces zullen ook in de vaklessen moeten worden geëvalueerd, bijvoorbeeld aan de hand van diagnostische toetsen.

Vervolgens worden punt voor punt de onderzoeksvaardigheden behandeld en ingeoefend met behulp van kleine deelopdrachten. Bij het aanleren van de vaardigheden onder punt 2., 3., 4. en 6. zal ook het gebruik maken van ICT aan de orde komen.

 

DEEL II: HET BETA CLUSTER

 

De resultaten van de beta-interviews zijn per vaardigheid weergegeven. In eerste instantie wordt aangegeven in de vorm van een tabel wanneer in het curriculum de vaardigheid aan bod komt. De afkortingen die in de tabellen worden gebruikt staan hieronder systematisch vermeld.

Legenda

OB = Vaardigheid wordt aandacht aan besteed in de OnderBouw.

OBB = Vaardigheid wordt aandacht aan besteed in Onder en BovenBouw

I.O. = Vaardigheid zit indirect In de Opgaven gedurende het hele curriculum.

va2 = Vanaf leerjaar 2 wordt aandacht besteed aan de vaardigheid

56 = In leerjaar 5 HAVO, en 5-6 VWO wordt de vaardigheid specifiek behandeld

- = Vaardigheid wordt niet behandeld

Bij iedere tabel staat in een aparte paragraaf beschreven in welke vorm de vaardigheden behandeld worden. Tot slot is genoteerd wat de verschillende docenten dachten over hoe er samenwerking zou kunnen plaatsvinden bij het aanleren/toepassen van de vaardigheden. Per uitspraak staat aangegeven door welke vakdocenten deze gedaan werden.

 

 

 

 

Resultaten eerste interview ronde

Taalvaardigheden Na Sk Bi

Correct formuleren OBB OBB OBB

Conventies hanteren bij tekst & allinea opbouw OBB OBB OBB

Beknopt formuleren OBB OBB OBB

taalgebruik afstemmen op doel & publiek va2 va2 -

informatie inhoudelijk logisch presenteren va2 va2 56

adequaat informatie overbrengen va2 va2 56

standpunt beargumenteren & verdedigen va34 va34 OB45

verslag doen va2 va2 OBB

Hoe en wanneer wordt de vaardigheid behandeld?

De meeste taalvaardigheden komen bij natuur- en sckeikunde naar voren vanaf het tweede leerjaar in het schrijven van natuurwetenschappelijke verslagen. Vanaf klas drie komen ook taalvaardigheden aan bod bij beredeneervragen in de opgaven.

Bij biologie komen bovenstaande vaardigheden tot uiting in het schrijven van werkstukken en de netschriften. Een echt groot verslag wordt pas in de examenklassen gemaakt.

Samenwerking

Het zou een goed idee zijn om een globaal plan te maken voor het schrijven van een verslag, met eventueel de verschillen per vak er naast [SkNaBi]. Dit zou bijvoorbeeld kunnen gebeuren in de vorm van een stappenplan. Overigens moeten een aantal taalvaardigheden zoals beknopt formuleren wel gebruikt worden bij de beta vakken, maar deze moeten behandeld worden bij nederlands[Bi].

 

Reken/wiskundige vaardigheden NA Sk Bi Wi

Basisberekeningen uitvoeren

- (grafische) rekenmachine gebruiken OBB OBB BB OB

- rekenen met % machten & wortels OBB OBB BB OB

- gewogen gemiddelden berekenen OBB OBB BB OB

- opp berekenen van driehoek/cirkel/bol BB BB OBB

- volume berekenen cilinder/bol BB BB OBB

- absolute waarde BB BB BBWiB

Berekenen met grootheden, juiste formules + va1 va1 - OBB

eenheden hanteren

wiskundige technieken toepassen

- omwerken eenvoedige betrekkingen va2 va2 - ?

- oplossen van lineaire vergelijking va2 va2 - OB

- rekenen met evenredigheden va1/3 va1/3 - BB

- rekenen met logarithmen (grondtal 10) - 456*

- twee liniaire vergl met twee onbekenden va3/4 va3/4

- stelling van pythagoras toepassen va4 - OB

- sin/cos/tan toepassen va4 - BB *

- vectoren optllen/aftrekken va4 - -

- grafieken tekenen met functievoorschrift va2 - OBB

- inter/extrapoleren in grafieken va1/4 bb BB

- grafiek tekenen + functie bij rechtevenredige verb.va4 - OB

- raaklijn + richtingscoefficient va4 va4 45

- oppervlak onder grafiek schatten va3 - -(56)

Eenheden herleiden tot SI va3/4 va3/4 -uitkomsten schatten en beoordelen va4 va4 -BB OB

juiste aantal significate cijfers gebruiken va3 va3 - -

*Niet bij HAVO wiskunde A.

 

Hoe en wanneer wordt de vaardigheid behandeld?

De meeste vaardigheden worden bij wiskunde behandeld en maken onderdeel uit van de gewone lesstof. In bovenstaand schema kan worden afgelezen wanneer deze behandeld worden. Specifieke grootheden en de invulling van de wiskunde hoort thuis bij de vakken waar deze worden toegepast.

De grafische rekenmachine wordt niet door hele klas gebruikt. Wel zijn er soms enkele beschikbaar. Natuurkunde wil de grafische rekenmachine op de lange termijn gaan invoeren.

Samenwerking

Basis wiskundige vaardigheden kunnen goed in de vorm van een stappenplan in een studiewijzer worden opgenomen. Wel moet duidelijk de link aangeven worden dat de vaardigheden precies dezelfde zijn bij een ander vak dan wiskunde!

Een tweede punt waar in samen gewerkt zou kunnen worden is in de betere afstemming van de tijdstippen waar de wiskunde behandeld wordt. Het zou handig zijn als direct na de uitleg bij wiskunde de vaardigheid toegepast zou worden bij andere vakken[NaSkBi]. Bij biologie wordt bijvoorbeeld in het eerste jaar aandacht besteed aan het maken van grafieken in het thema groei en ontwikkeling, en bij natuurkunde blijken leerlingen veel problemen te hebben met het ophalen van de sinus en cosinus.

Voorbeelden van wiskundige vaardigheden die goed in een studiewijzer zouden kunnen zijn: 'rekenen met procenten' (wordt behandeld in onderbouw, maar de leerling in bovenbouw heeft er vaak nog moeite mee)[BiWi]; 'het omrekeningen van grootheden' (alleen de basismethode moet behandeld worden, en niet een omrekentrucje km/uur => m/s)[Wi]; 'optellen van vectoren'[NaSk]; 'sin cos'[NaSk]; 'uitkomsten schatten en beoordelen'[NaSk].

 

Informatievaardigheden Na Sk Bi Wi

Informatie verwerven & selecteren BB BB OBB I.O.

Informanten kiezen en bevragen - - OB -

benodigde informatie halen uit grafieken/schema's + OBB OBB OBB I.O.

verwerken

gegevens weergeven in grafieken tekeningen schema's va1 va1 OBB I.O.

hoofd- en bijzaken onderscheiden BB ? OBB I.O.

feiten met bronnen verantwoorden va3 va3 BB -

info en meetresultaten analyseren en structureren va3 va3 BB I.O.

betrouwbaarheid van info beoordelen va3 va3 BB I.O.

 

Hoe en wanneer wordt de vaardigheid behandeld?

Bij alle vakken worden een aantal informatievaardigheden al automatisch tijdens de les in onder- en bovenbouw behandeld. Op dit moment is ICT nog nauwelijks gebruikt bij de beta vakken. Er is echter wel interesse bij alle vakken om dit in de toekomst te gaan gebruiken. Voor volgend jaar is een opzet gemaakt om bij wiskunde een tiental onderwerpen met de computer te gaan behandelen. Dit zal gebeuren in de 1e en 2e klas. De schoolleiding moet het nog goedkeuren. In de bovenbouw wordt nog geen ICT toegepast. Volgend schooljaar heeft Annemarie taakuren gekregen om dit op te zetten. Volgens Jaqueline is het noodzakelijk computers in het leslokaal te hebben staan. Alleen dan is het haalbaar een individuele leerling iets te laten opzoeken.

Bij natuurkunde in de bovenbouw geen tekstboek. Dit wordt in de toekomst het bronnenboek. In de bovenbouw moeten leerlingen panelen aansluiten op de computer en ook grafieken hiermee tekenen. Betrouwbaarheid beoordelen in de vorm van verslag. Betrouwbaarheid van metingen. Op de HAVO worden nauwelijks bijzaken bahandeld.

Bij wiskunde worden er nog geen werkstukken gemaakt. Wel worden een aantal opdrachten met taalvaardigheden erin verwerkt als huiswerk opgegeven. Dit lijkt op een werkstuk, maar dan eenvoudiger. Volgend schooljaar zal worden gestart met experimenten op het gebied van een werkstuk in de bovenbouw (statistiek).

Samenwerking

Volgens natuur/scheikunde zou de samenwerking vooral moeten gebeuren op het gebied van de computer, terwijl biologie juist vindt dat dit per vak geregeld moet worden. De vaardigheden hoeven niet echt in een studiewijzer[Wi]. Bij biologie wordt er in 4 HAVO gewerkt met een stappenplan 'Systematische Probleem Aanpak' (SPA). Hierin staat onder andere hoe informatie uit een grafiek kan worden gehaald. Het SPA stappenplan zou goed in een studiewijzer kunnen worden opgenomen[Bi]. Bij natuur- en scheikunde wordt volgend jaar ook begonnen met de SPA.

Nico Snel heeft een aanpak ontwikkeld om een werkstuk te maken. Dit plan zou in een studiewijzer kunnen worden ingevoerd.

Technische en instrumentele vaardigheden Na Sk Bi

gebruik maken van stoffen instrumenten en aparaten va2 OBB OBB

- loup + microscoop - - OBB

gebruik maken van toepassingen ICT OBB OBB -

gebruik maken microelectronica voor meten grootheden va4 - -

aangeven met welke apparaten grootheden worden gemeten - - -

verantwoord omgaan met stoffen/instrument zonder schade - OBB 12BB

toe te brengen aan mens dier en milieu

Hoe en wanneer wordt de vaardigheid behandeld?

Een aantal vaardigheden komen slechts bij een enkel vak voor, een vaardigheid wordt op dit moment in het geheel niet behandeld.

Samenwerking

Samenwerking zou kunnen gebeuren door een onderwerp bij verschillende vakken tegelijk te behandelen[Bi]. Bijvoorbeeld zuurgraad zou gelijktijdig bij scheikunde en biologie (Mens en milieu) aan de orde kunnen worden gesteld. Op het gebied van de technische vaardigheden die minder vaak voorkomen zouden afspraken gemaakt moeten worden wat er bij welk vak gedaan wordt[Wi]. De vaardigheden hoeven niet in een studiewijzer worden opgenomen[Wi].

Ontwerpvaardigheden Na Sk Bi

een technisch probleem herkennen en specificeren - - -

een technisch probleem herleiden tot een ontwerpopdracht - - -

prioriteiten/mogelijkheden/randvoorwaarden voor - - -

uitvoering ontwerp

werkplan maken voor uitvoering ontwerp - - -

ontwerp bouwen - - -

ontwerp proces/product evalueren - - -

voorstellen doen voor verbetering van het ontwerp - - -

Hoe en wanneer wordt de vaardigheid behandeld?

Op dit moment worden de ontwerp vaardigheden bij geen van de vakken behandeld. Bij natuurkunde moeten leerlingen soms een ontwerp bouwen a.d.h.v. een handleiding. In de bovenbouw VWO 5 en 6 wordt door de leerlingen een onderzoek gedaan. Hiervoor moeten ze wel een eigen onderwerp bedenken en proeven uitvoeren. Het technische aspect zit hier echter niet altijd in verwerkt.

Samenwerking

Hier waren nog geen ideeen over.

Onderzoeksvaardigheden Na Sk Bi

Natuurwetenschappelijk probleem herkennen en specificeren OBB OBB OBB

verbanden leggen tussen probleemstelling/hypothesen/ OBB OBB OBB

gegevens en aanwezige natuurkundige voorkennis

natuurwetenschappelijk probleem herleiden tot OBB OBB OBB

onderzoeksvraag

hypothesen opstellen + verwachting formuleren OBB OBB OBB

randvoorwaarden formuleren voor uitvoering ondezoek OBB OBB OBB

Werkplan maken OBB OBB OBB

relevante waarnemingen verrichten OBB OBB OBB

conclusies trekken OBB OBB OBB

oplossingen/resultaten/conclusies evalueren OBB OBB OBB

Hoe en wanneer wordt de vaardigheid behandeld?

Onderzoek is bij natuur- scheikunde en biologie erg belangrijk. Je begint ermee in de eerste en vanaf de 4e wordt het echt serieus. Uiteindelijk ga je in de examenklassen bezig met een open onderzoek. Gesloten/half open/open. Deze opzet wordt belangrijk in het studiehuis[Bi]. Ook bij natuur- scheikunde gaat het onderzoek zoals het behandeld wordt in het lesboek langzaam van gesloten naar open. Als de proef gedaan is moet de leerling een voorstel doen voor een andere groep om de proef anders te gaan doen (2e klas)[NaSk].

Samenwerking

Samenwerking kan ontzettend goed. Afstemming enerzijds door overlap onderzoek inhoudelijk[Bi], en anderzijds het gebruiken van dezelfde aanpak bij de verschillende vakken[NaSkBi]. Dit laatste kan goed in stappenplan. Hiervoor kan ook worden gedacht aan de tactic uit leerjaar 1, 'werkplan maken'[Bi]. In studiewijzer kan aangegeven worden welke onderzoeksvaardigheden extra belangrijk zijn[NaSk].

Maatschappij studie en beroep Na Sk Bi

Toepassingen van natuurwetenschappen herkennen in OBB OBB BB

maatschappelijke situaties

maatschappelijke effecten benoemen van natuur- OBB OBB BB

wetenschappelijke toepassingen

Relatie leggen tussen nat.wet kennis in beroepen OBB OBB BB

Relatie leggen tussen eigen vaardigheden, kennis en OBB OBB BB

attitudes t.o.v. eisen van een opleiding

Hoe en wanneer wordt de vaardigheid behandeld?

Bij biologie zitten toepassingen in het examen en ook in het leerboek in de vorm van artikels. Verder wordt in HAVO 5 en VWO 6 een werkstuk gemaakt waarbij leerlingen reageren op een advertentie uit de krant.

Bij Natuur/scheikunde staat er een aparte paragraaf in het boek, welk onderdeel is toepasbaar in welk beroep. In de bovenbouw zal dit vooral in het vak ANW tot uiting komen.

Samenwerking

Samenwerking eventueel door afstemming[Bi], en door bij ieder vak hetzelfde te zeggen over beroep waar meerdere vakken in tot uiting komen[NaSk].

 

Opzet van de beta-interviews (tweede ronde)

 

Voor de tweede interview ronde werden dezelfde docenten ondervraagd als in de eerste ronde. Alle betrokkenen hadden voor aanvang van de tweede ronde de resultaten uit de voorgaande ronde onder ogen gehad. De volgende informatie met vragen werd voorgelegd:

Vaardigheden bundel met daarin de volgende stappenplannen:

 

- Tactics uit leerjaar 1: Werkplan maken

- Schrijven van natuurwetenschappelijk verslag

- Systematische probleemaanpak

- Aantal wiskundige vaardigheden:

- 'rekenen met procenten' (wordt behandeld in onderbouw, maar de leerling in bovenbouw heeft er vaak nog moeite mee)^;

- 'het omrekeningen van grootheden' (alleen de basismethode moet behandeld worden, en niet een omrekentrucje km/uur => m/s)

- 'optellen van vectoren'

- 'sin cos'

- 'uitkomsten schatten en beoordelen'

 

* Iedere vaardigheid moet tijdens het 4e jaar bij een van de vakken een keer aan de orde komen. Dit betreffende vak verwijst met nadruk naar, en behandelt het stappenplan.

* In werkschema/studiewijzer moet verwezen worden naar de vaardigheden bundel. De docent stimuleert dat de vaardigheden bundel ook echt gebruikt wordt.

* Door de docenten moet benadrukt worden dat al deze vaardigheden bij de verschillende vakken hetzelfde zijn.

 

VRAGEN

* Reactie op bovenstaand idee voor vaardigheden bundel?

* Zouden er ook vakspecifieke vaardigheden in de vaardigheden- bundel kunnen worden opgenomen? (Voorbeeld: Hoe gebruik ik een microscoop? Alleen biologie).

* Zouden alle tactics uit het eerste jaar er in moeten worden opgenomen? Waarom wel/niet?

 

 

 

 

Overige samenwerking:

- Het tijdstip waarop bepaalde onderwerpen met enige overlap bij verschillende vakken behandeld wordt, moet beter afgestemd worden:

- Maken van grafieken bij biologie en wiskunde

- Sin/cos natuurkunde

- Inhoudelijke samenwerking op een aantal gebieden:

- Bij het doen van onderzoek.

- Technische vaardigheden. Bij bio pH meting doen aan slootwater, terwijl bij scheikunde de pH wordt behandeld.

 

 

Advies: Het is aan te bevelen om overleg te plegen met afgevaardigden van de verschillende vakken, zodra de nieuwe tweede fase schoolboeken voor handen zijn. Het is dan handig als geinventariseerd wordt op welke gebieden overlap bestaat, en hoe deze via betere timing van de onderwerpen behandeld kan worden. Ook zou in overleg onderzocht kunnen worden of het gewenst is een vakoverstijgend onderzoek te doen, en hoe dit geregeld kan worden.

 

* Reactie op bovenstaand advies?

 

 

Resultaten van de beta-interviews (tweede ronde)

De antwoorden van de docenten per vraag

1. Reactie op het idee van een vaardigheden bundel?

Het idee van een vaardigheidbundel naast een studiewijzer werkschema is een goede opzet[Na,Sk,Bi,Wi]. De stappenplannen bij slechts een van de vakken behandelen is te weinig, dit moet minstens een keer bij ieder vak gebeuren. Docenten moeten inderdaad een actieve rol spelen bij het verwijzen naar de vaardigheden bundel[Bi]. Het is wel moeilijk om te zeggen dat bij alle vakken de vaardigheid hetzelfde is als je niet precies thuis bent in de lesstof van het andere vak. Als het alleen om de vaardigheid gaat, en niet om de lesstof moet het echter mogelijk zijn[Bi].

2. Zouden er ook vakspecifieke vaardigheden in de vaardigheden bundel kunnen worden opgenomen? (Voorbeeld: Hoe gebruik ik een microscoop? Alleen biologie).

Jazeker, het is handig om alle vaardigheden in een bundel te doen[Bi]. Het zou eventueel kunnen met vaardigheden die vaker terugkomen binnen een vak[Wi]. Hoewel er bij natuurkunde niet veel vaardigheden overblijven voor een bundel (zijn al behandeld in het vakoverstijgende deel) is er geen bezwaar tegen[NaSk].

3. Zouden alle tactics uit het eerste jaar er in moeten worden opgenomen? Waarom wel/niet?

Het zou een goed idee zijn de vaardigheden die in de tactics behandeld worden ook in de vaardigheden bundel te stoppen. Dit maakt de vaardigheden bundel completer[BiWi]. Dit kunnen echter niet de tactics zelf zijn, want die zijn geschreven voor een jongere doelgroep met een andere belevingswereld. De tactics zouden bijvoorbeeld aangepast kunnen worden aan de bovenbouwdoelgroep[Bi]. De tactics zijn misschien te algemeen voor een beta vaardigheden bundel, en bovendien al behandeld. Het zou wel eventueel passen in een vakoverstijgende bundel voor alle bovenbouwvakken[NaSk].

4. Reactie op het advies: De overlap tussen vakinhoud moet in kaart worden gebracht, zodat een betere timing van de onderwerpen bewerkstelligd kan worden; De mogelijkheden voor een vakoverstijgend onderzoek moet onderzocht worden.

Moet echt gebeuren[BiNaSkWi]! Het kost veel tijd en moeite, we hebben het voor de Bavo ook gedaan. Als iets voor de tweede keer verteld wordt dan houdt de leerling zijn mond wel[Wi]. Het zou een goed vervolg- LIO onderzoek kunnen worden[BiWi].

 

 

Definitief advies voor het beta-cluster

 

Er moet een vaardigheden bundel komen die naast de studiewijzer en het werkschema gebruikt wordt. In deze vaardigheden bundel moeten een aantal stappenplannen worden opgenomen voor de volgende vakoverstijgende vaardigheden:

- Schrijven van natuurwetenschappelijk verslag

- Systematische probleemaanpak

- Aantal wiskundige vaardigheden:

- 'rekenen met procenten'

- 'het omrekeningen van grootheden'

- 'optellen van vectoren'

- 'sin cos'

- 'uitkomsten schatten en beoordelen'

In overleg zou besloten kunnen worden aan deze bundel nog een aantal vaardigheden toe te voegen die zeer vaak terug komen binnen een vak. (voorbeelden hiervan bij biologie zijn: Omgaan met een microscoop, het maken van een tekening van een preparaat). Ook kan gedacht worden aan een aantal vakoverstijgende studievaardigheden die aansluiten op de tactics. Het is verstandig om niet de tactics zelf bij te voegen, omdat deze voor een andere leeftijdsgroep zijn geschreven.

Ieder stappenplan moet minstens bij een van de vakken één keer uitgelegd worden, misschien zelfs wel één keer bij alle vakken.

Het is belangrijk dat er in de studiewijzer en het werkschema verwezen wordt naar de vaardigheden bundel. Docenten zullen een actieve rol moeten spelen om het gebruik van de vaardigheden bundel te stimuleren.

Wat betreft de vakinhoudelijke samenwerking is het aan te bevelen een inventarisatie te maken van onderwerpen die bij meerdere vakken terug komen. Gedacht kan worden aan organische chemie (eiwitten, vetten etc.) bij scheikunde en biologie, en cosinus/sinus bij wiskunde en natuurkunde. Het is verstandig hiermee te beginnen zodra de nieuwe tweede fase schoolboeken voor handen zijn. Gezien de hoeveelheid werk die dit project met zich mee zal brengen, is het een optie hier een LIO onderzoek van te maken.

 

 

 

 

Conclusie en discussie

 

Verschillen en overeenkomsten tussen het gamma- en het beta-cluster

Dit onderzoek naar mogelijkheden voor vakoverstijgend vaardighedenonderwijs binnen het gamma en beta cluster pakte niet voor beide clusters precies hetzelfde uit. Tijdens de interviews van de beta docenten zijn heel precies alle vaardigheden en subvaardigheden uit de examenprogramma's doorgelopen. De resultaten van deze interviews laten dan ook een preciese bespreking van alle vaardigheden zien. De interviews met de gamma docenten waren meer 'open', vanuit het idee dat er een selectie moest plaatsvinden binnen de zeer uitgebreide vaardigheden domeinen. De docenten moesten het vaardighedendomein van het betreffende examenprogramma wel al eens gezien hebben, maar tijdens het interview werd hen gevraagd, wat zij nu de belangrijkste vaardigheden vonden. Dit leverde over het algemeen wat minder, maar wel heel bruikbare gegevens op.

Daarnaast ontdekten wij dat de geïnterviewde docenten van het gamma-cluster anders reageerden dan die van het beta-cluster. De beta-docenten hadden veel preciezere ideeën over het onderwijzen van vaardigheden en het samenwerken met andere vakken dan de gamma-docenten. Dit heeft misschien te maken met het feit dat de vaardigheden voor de beta-vakken die voorkomen in de examenprogramma's voor de Tweede Fase, voor het grootste gedeelte nu al worden aangeleerd, terwijl de (informatie- en onderzoeks-)vaardigheden die voorkomen bij de gamma-vakken nu nog niet systematisch worden behandeld. Ook voor wat betreft de overeenkomsten tussen de verschillende vakken, is dit binnen het beta-cluster een bekender gegeven. Dat je wiskunde nodig hebt om natuurkunde te kunnen doen, weet iedereen. De verschillende gamma-vakken worden tot nu toe geïsoleerd gekozen door leerlingen en ook volstrekt los van elkaar behandeld.

Maar er waren ook overeenkomsten, vooral in de uiteindelijke vaardighedenlijsten en de beide adviezen die het resultaat waren van de interviews. Het doen van onderzoek en het verslag doen hiervan, zijn vaardigheden die zowel bij gamma als beta terug komen, uiteraard wel in een iets andere vorm. Ook planningsvaardigheden worden voor beide clusters van groot belang geacht. Voor wat betreft het aanleren van de vaardigheden, valt het idee van stappenplannen schrijven en deze aanhangen aan de studiewijzer bij beide clusters in goede aarde. Daarnaast is men het erover eens dat in het eerste leerjaar van de bovenbouw alle vaardigheden minimaal een keer moeten worden behandeld en dat het vakoverstijgende karakter van de vaardigheden benadrukt moet worden. Het 'zien' dat vaardigheden bij verschillende vakken hetzelfde zijn, zit er nog niet in bij leerlingen, en volgens de geïnterviewde docenten verdient het aanbeveling hierbij expliciet stil te staan.

Vaardighedenuur en studiewijzer

Het bovenstaande in aanmerking genomen, lijkt het verstandig in het vierde leerjaar een speciaal 'vaardighedenuur' in te roosteren, al dan niet per cluster ingedeeld. In dit uur kunnen vaardigheden expliciet worden ingeoefend en kan ook uitgebreid aandacht worden besteed aan de overeenkomsten tussen de vaardigheden voor de verschillende vakken. Het gebruik van de studiewijzer voor het aanleren van de vaardigheden, lijkt hoe dan ook een goed idee. Dit is niet alleen omdat op het Nieuwer Amstel nu eenmaal studiewijzers worden gebruikt. In het Handboek zelfstandig leren worden verschillende instrumenten genoemd die kunnen worden gebruikt om zelfstandig leren vorm te geven, ofwel om de daarbij behorende vaardigheden aan te leren. Genoemd worden werkwijzers (studiewijzers), logboeken en het Handboek vaardigheden (voor de leerlingen) (zie Handboek zelfstandig leren, hoofdstuk 4). De meeste docenten zijn het erover eens dat het Handboek vaardigheden veel te uitgebreid is om direct te gebruiken en bij experimenten met het bijhouden van logboekjes komt steeds weer naar voren dat het een omslachtige manier van werken is waar leerlingen over het algemeen een grote hekel aan hebben (Hofmann-Bénit, 'Hoe beoordelen leerlingen hun eerste ervaring met zelfstandig leren in een studiehuis?' in: Veugelers en Zijlstra, praktijken, 140). Blijft over: de studiewijzer.

Gelet op de verschillende functies die een studiewijzer kan hebben, is de studiewijzer op het Nieuwer Amstel tot nu toe vooral gebruikt als 'werkwijzer' of 'periodeplan'. Daarmee wordt bedoeld dat de studiewijzer dient om de informatie te leveren ten behoeve van time-management door de leerlingen (Elshout-Mohr en Zuylen, 103). Overigens moet hierbij worden opgemerkt dat deze functie eigenlijk maar gedeeltelijk wordt vervuld: in de praktijk wordt het 'time-management' nog voor een groot deel gedaan door de docent, waardoor planningsvaardigheden nog niet worden getraind. Een mogelijkheid om dit wel te doen is de leerlingen zelf het werkschema te laten invullen. De docent geeft alleen de hoofdlijnen aan, de hoeveelheid stof die binnen een periode van een paar weken moet worden afgerond en de toetsmomenten. Er is op een andere school, namelijk OSG de Meergronde, geëxperimenteerd met een zogenaamd 'dynamisch' werkschema, dat de leerlingen zelf invullen, maar ook elke week of elke les bijstellen (Van Wijlick, 'Plannen en reflecteren in samenwerkingsgroepen' in: Veugelers en Zijlstra, Praktijken, 150-153). Op deze manier wordt het plannen stap voor stap aangeleerd.

Doordat de leerlingen steeds hun planning bijstellen, zijn zij ook bezig met evalueren. Zij kunnen zich afvragen of hun planning niet deugt, of dat zij hun werkzaamheden niet naar behoren hebben uitgevoerd. Het leerproces kan verder worden geëvalueerd aan de hand van diagnostische toetsen, die in kleine groepjes worden besproken (Boom, 'Het studiehuis op een oude Middenschool: die Tweede Fase, dat doen we toch eigenlijk al?' in: Veugelers en Zijlstra, Praktijken, 157). In ieder geval is het nuttig de leerlingen een concrete aanleiding te geven voor deze evaluatie-activiteiten. Als zij inzicht krijgen in welke gedeeltes van de stof zij wel of (nog) niet beheersen (en misschien zelfs wel in de redenen hiervan), kunnen zij gerichter leren en zo hun prestaties verbeteren. De studiewijzer zou ook een rol kunnen spelen in het evalueren van het leerproces, maar deze functie, de studiewijzer als revisie- of reflectiewijzer, staat nog in de kinderschoenen en is nog niet in de praktijk getest (Elshout-Mohr en Zuylen, 108 en 110). Het is daarom misschien beter de 'evaluatie-vaardigheid' op een andere manier aan bod te laten komen.

Twee mogelijke functies van de studiewijzer, die in het kader van dit onderzoek wel van groot belang zijn, zijn die van stappenschema (of stappenplan) en werkblad (of verwerkingsblad). Bij deze beide functies wordt de studiewijzer gebruikt om de leerlingen te helpen taken zelfstandig uit te voeren. In het eerste geval gaat het om complexe taken (zoals het uitvoeren van een onderzoek), in het tweede geval om minder complexe taken (zoals het systematisch werken aan opgaven) (Idem, 103). Gelet op deze mogelijke functies zou de studiewijzer prima kunnen worden gebruikt voor het aanleren van vaardigheden. Een andere functie die in de Tweede Fase een rol zal gaan spelen, is het overzichtelijk houden van plannen en afspraken bij projecten die leerlingen individueel invullen (Ibidem).

Samenwerking binnen het cluster, en tussen de clusters onderling

Voor dit onderzoek zijn wij uitgegaan van een opsplitsing van de verschillende vakken in (alfa-, beta- en gamma-)clusters. Wij denken dat deze opsplitsing zinvol is: het geeft helderheid naar leerlingen toe, het is overzichtelijk voor de docenten die moeten gaan samenwerken en het is handig met het oog op de verschillende profielen die zullen ontstaan in de Tweede Fase. Toch mogen verbindingen tussen de verschillende clusters niet uit de weg worden gegaan. Zo ziet een natuurwetenschappelijk onderzoek er anders uit dan een sociaalwetenschappelijk onderzoek, maar het kan geen kwaad leerlingen erop te wijzen dat er ook overeenkomsten zijn. Andere vaardigheden, zoals planningsvaardigheden, kunnen wellicht voor het beta- en gamma-cluster gezamenlijk worden aangeleerd. Daarnaast zijn bepaalde wiskundige vaardigheden ook van belang voor economie. Dit laatste zou zeker nog eens moeten worden geïnventariseerd.

Welke vorm de samenwerking binnen en wellicht zelfs tussen de verschillende clusters ook krijgt, het is in ieder geval duidelijk dat de docenten van de verschillende vakken het erover eens zijn dát voor het aanleren van vaardigheden moet worden samengewerkt. Als deze samenwerking goed wordt uitgewerkt, moet die haast wel veel op gaan leveren, uiteraard na een aanloopperiode met extra inspanningen. Het vakoverstijgend aanleren van bepaalde vaardigheden levert in de eerste plaats een tijdsbesparing op ten opzichte van een situatie met veel overlappingen. Ten tweede zullen leerlingen efficiënter kunnen werken, als het lukt hen de overeenkomsten tussen vaardigheden in de verschillende vakken bij te brengen.

 

Literatuurlijst

Boer, E. de, J. de Jong en P. van Warmerdam (red), Handboek vaardigheden (Loenen aan de Vecht 1996)

Boer, E. de e.a., Handboek zelfstandig leren (Loenen aan de Vecht 1996)

M. Elshout-Mohr en J. Zuylen, 'Studiewijzers' in: Didactische verkenningen van het studiehuis (? ?) - Studiehuisreeks?

Kalsbeek, G., N. Snel en A. de Wit, Handboek tactics (Scholengemeenschap Nieuwer Amstel, 1996)

Sniekers, J. en P. Wester, Geschiedenis en staatsinrichting, voorlichtingsbrochure havo/vwo (Enschede 1996)

Idem: aardrijkskunde, economie, management en organisatie en maatschappijleer

Veugelers, W. en H. Zijlstra (red), Netwerken aan de bovenbouw van HAVO en VWO. Scholen en nascholing op weg naar het studiehuis (Leuven/Apeldoorn 1995)

Veugelers, W. en H. Zijlstra (red), Praktijken uit het Studiehuis (Leuven/Apeldoorn 1996)